Het masterplan vertrekt vanuit de ambitie om het strategisch gebied, zo dicht bij het centrum en het station maar als faubourg psychologisch toch ook ver weg, in te zetten als een duurzaam stadsdeel, met een eigen aangescherpte identiteit, maar ook met een duidelijke complementariteit ten opzichte van het centrum. Aangezien dit stadsdeel nog enorme ontwikkelingsmogelijkheden heeft, moet het masterplan een belangrijke leidraad vormen om toekomstige ontwikkelingen op elkaar af te stemmen. De typische historische menging van wonen en werken wordt behouden, aan de hand van nieuwe stedenbouwkundige typologieën. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in wijkvorming rond gemeenplaatsen en publieke functies met een bepaalde kritische massa. De inzet is daarbij niet enkel ruimtelijk, maar ook sociaal en economisch.
De grootschalige structuren zoals de Dender, de spoorweg en de Molenbeekvallei maken van het projectgebied een uniek stadsdeel waar een ruimer zicht op het hele territorium kan gegeven worden. Door stedelijke transformaties in de twintigste eeuw is die relatie met de regio en het landschap verzwakt. Het masterplan probeert die structuren terug te herstellen als grootschalige dragers van een ruimtelijke en functionele logica. Het projectgebied is op die manier niet langer annex maar index, als wijsvinger naar een groen buitengebied maar ook als toonaangevend stadsdeel met nieuwe vormen van gemengd wonen en werken.
Aan de hand van zes deelplannen, vat het masterplan zich samen tot een overzichtelijk stadsontwerp, dat de stad de kans geeft om op verschillende fronten met een eigen focus qua programma, strategie en snelheid in te zetten.