De herinrichting van het bestaande op- en afrittencomplex nr. 20 op de E314 in Leuven is het sleutelproject in het masterplan Leuven-Noord, een uitgestrekte stedelijke ruimte tussen de Vaartkom en het Vuntcomplex. De afwerking van het stedelijk wegennetwerk is één van de voornaamste doelstellingen binnen dit project.
De vernieuwing van de infrastructuurknoop ter hoogte van het Vuntcomplex optimaliseert de uitwisseling tussen het hoger en lager verkeersnetwerk en verbetert de ontsluiting van de noordelijke stadsdelen. Hiertoe wordt het verkeer naar een centraal verdeelpunt geleid – de Vuntrotonde – om van daaruit verder uit te splitsen naar de omringende woon- en werkgebieden en naar de nieuwe ontwikkelingen op het spoorwegplateau, een pendelparking nabij het station en een wetenschapspark.
Specifiek aan het projectgebied is de ligging in het laaggelegen valleigebied van de Dijle. De vallei is de laatste decennia echter sterk verstoord. Het ontwerp van het Vuntcomplex is dan ook niet louter een infrastructuurvraagstuk, maar vraagt om het scheppen van een ruimte waar een uitgebalanceerde symbiose ontstaat tussen infrastructuur en landschap.
Het aanwezige “rest”landschap moet in het ontwerp de logische kwaliteits- en identiteitsdrager zijn in de transformatie van de wegeninfrastructuur. Het landschap zal betekenis verlenen door de markante elementen ervan te benadrukken. Door stapeling van betekenissen is het mogelijk de complexe omgeving te transformeren in een structurerende groene corridor en een cruciale schakel in de (natte) ecologische verbinding van Lemingbeek en Vunt.
Het ontwerp verkent het grensvlak tussen natuur en cultuur. Essentieel voor de beoogde kwaliteit van het plan wordt het contrast tussen het droge, artificiële milieu op het grondlichaam en het lager gelegen door infrastructuurbermen gekaderde natte natuurlijke overstromingsgebied. Beide groenmilieus worden tegenover elkaar uitgespeeld.
Een gemodelleerde brede sleuf doorsnijdt het grondlichaam als een canyon. De fietsverbinding onder de rontonde verleent een functionele rol aan deze plastische ruimte. Het grondlichaam wordt op deze wijze geherdimensioneerd op maat van de fietser.
Het maken van goede aansluitingen tussen het omvangrijke Vuntcomplex en de aansluitende stadsdelen vergt ontwerpaandacht op de overgangen tussen de infrastructuur en de bebouwde omgeving. De creatie van tussenstedelijke landschappen in de vorm van groene toegangspoorten verbetert de integratie van de grootschalige verkeersinfrastructuur in een sterk verstedelijkte woonomgeving.